Achter mij hoor ik de voordeur opengaan. ‘Goeiemorgen’. Ik draai me om en zie een man bij de deur staan. ‘Goeiemorgen’ zeg ik terug. ‘Ik heb een bos bloemen voor u’, zegt hij. Ik bedank hem en vertel dat hij geluk heeft dat ik er ben, omdat er normaal niet altijd iemand aanwezig is en de bloemist een afspraak moet maken om bloemen te bezorgen. Hij snapt het, maar kijkt me wel een beetje vreemd aan. Hij overhandigt me de bloemen.
Beide kamers zijn bezet, en de meneer heeft geen naam genoemd. Gelukkig zit er aan de bos bloemen een persoonlijk kaartje. Normaal zal ik die niet lezen, maar nu moet ik wel om erachter te komen voor wie de bloemen zijn. Op de voorkant van het kaartje staat in grote vrolijke letters BEDANKT! Ik begin te twijfelen of deze bloemen wel voor iemand in het Afscheidshuis zijn. Uit de tekst begrijp ik dat ze voor een verloskundige zijn.
Naast het Afscheidshuis zit een verloskundigenpraktijk. Ik gok dat de bloemen daar bezorgd hadden moeten worden. Wanneer ik klaar ben met mijn werkzaamheden loop ik er naar toe. En jawel… de naam op het kaartje komt hen bekend voor en de bloemen zijn voor haar bedoeld. Gelukkig maar. Een vergissing is zo gemaakt. Nu snap ik ook waarom de man me vreemd aankeek… bij een verloskundigenpraktijk is overdag altijd wel iemand aanwezig…
